De Mozes Boekrol


Over een van de meest controversiële cold case-mysteries in de geschiedenis van de Bijbelwetenschap

Tijdens onze vakantiereis in Japan heb ik tijdens ons verblijf op hotelkamers online kennis gemaakt met de uitzonderlijke vondst van de Moses Boekrol. Dat wil zeggen, met een herwaardering van een boekrol die ene Moses William Shapira verkregen had in de 19e eeuw in Jordanië, waarvoor hij in Europa tevergeefs erkenning zocht, inclusief in ons eigen land, waar hij ook nog eens zijn tragisch einde vond.

In deze blog wil ik vertellen over deze Moses William Shapira, met name over het lot van wat de Shapira-rol of manuscript is gaan heten, waarvoor hij bevestiging zocht bij ‘schriftgeleerden’ in Europa. Waarom die destijds (voor de vondst van de Dode Zee – rollen in de grotten bij Qumran) werd afgewezen, en nu alsnog serieus wordt genomen. Ik wil vooral aandacht geven aan twee onafhankelijke publicaties, die beide simultaan pleiten voor de authenticiteit daarvan en tenslotte wat dit betekent voor hoe wij met name het boek Deuteronomium lezen, waarover de geleerden al eeuwenlang hun hoofd over gebroken hebben en nu tot een onthullende ontknoping leidt.

Dat dit een nogal opzienbarend verhaal is, moge duidelijk zijn. David Tyler vond dit ook en heeft zelfs een video over het leven van deze Moses William Shapira gemaakt, die op zichzelf al de moeite waard is om te bekijken om daardoor kennis te maken met een episch drama. (Zie hieronder.)

Voorwoord dr. James D. Tabor

Aanleiding voor deze ontdekking voor mij zijn de YouTube videoclips van dr. James Tabor (Professor of Ancient Judaism and Early Christianity a the Department of Religious Studies at the University of North Carolina at Charlotte) die na zijn ‘retirement’ afgelopen zomer helemaal is los gegaan op YouTube met het uploaden van zijn archief aan teachings op video en nu een groeiend aantal volgers heeft. Jaren geleden had ik zijn boek De Jezus-Dynastie[1] al gelezen, maar ben ik altijd sceptisch gebleven over de bevindingen van deze theoloog en archeoloog die zichzelf plaats in de rij van onderzoekers naar de historische Jezus en in Albert Schweitzer zijn grote voorbeeld ziet. Voor studenten theologie, zoals ik zelf ook was, is hij een welkome aanvulling, doordat hij op geëngageerde wijze en in een plezierig verteltrant in staat is om de nieuwe inzichten en ontdekkingen in de wereld van de academie bij de gewone man en student over te brengen. Mijn scepsis is inmiddels overgegaan in bewondering, doordat ik nu kan inzien wat de zoektocht naar de historische Jezus opleveren kan, door achter onze theologische constructies terug te gaan naar de joodse wortels van ons geloof, door een nieuwe kennismaking met Jezus zoals Hij daadwerkelijk was: een Jood, met een joodse moeder, en oudste van een gezin met broers en zussen, die met recht aanspraak maakte op zijn afkomst uit de dynastie van David, die tegen alle verdrukking in werd voortgezet door zijn broers, van wie een aantal ook tot zijn discipelen gerekend kunnen worden: die waarvan we het minst weten. Dit hoop ik echter in een aparte blog uit de doeken te doen. Op zijn website kun je verschillende blogs en ontvouwende verhalen over de Shapira “Moses scroll” vinden, inclusief verwijzing naar zijn vriend Ross K. Nichol’s gelijknamige publicatie en e-book, die de hele Moses Shapira Saga beschrijft en de vraag of de 19e-eeuwse “Dode Zeerol” wel of niet een oude of een moderne vervalsing was heropent, die de hele Shapira-affaire weer in de openbaarheid hebben gebracht en ook wereldwijd hernieuwde academische discussies hebben aangewakkerd. Tabor heeft zelf het voorwoord van dit boek uit 2021 geschreven, dat online te lezen is bij Amazon.com via Look inside: https://www.amazon.com/Moses-Scroll-Ross-Nichols-ebook/dp/B0967DYGC4

Tabor zegt zelf: “Samen met vele andere geleerden, getraind om de woorden “Shapira de vervalser” uit mijn vroegste dagen in de academische wereld te spreken, zat een beetje vast in een “tijd-warp”. Dat veranderde allemaal in februari en maart 2021, toen Nichols en Dershowitz hun studies publiceerden. Dat twee studies, de ene die het ‘verhaal’ in indrukwekkend en nauwkeurig detail presenteert (Nichols), de andere die de hele authenticiteitszaak opnieuw in kaart brengt (Dershowitz), slechts een paar weken achter elkaar zouden verschijnen – waarbij geen van beide onderzoekers weet had van het werk van de ander, is echt een van die opmerkelijke toevallige momenten in de geschiedenis van de wetenschap.

James Charlesworth, just arriving in Israel on the same flight. As we greeted one another and told Charlesworth what we were up to, mentioning Shapira, he said, out of the blue, “Well, you know his scroll was authentic, don’t you? It needs to be reexamined!”

Zijn conclusie: Het boek is een sensatie om te lezen – deels detective-saga en mysterie – maar solide historische documentatie gebaseerd op nieuw verzamelde bronnen die een geheel nieuwe kijk bieden op zowel Shapira als zijn rollen. …. In het licht van de ontdekking van de Dode Zeerollen verdienen Moses Shapira en zijn “lederen strips” een nieuw gehoor in de academische wereld en onder de talloze duizenden die nieuwe ontdekkingen met betrekking tot bijbelstudies met zoveel passie volgen.

Moses William Shapira

Moses Shapira werd in 1830 geboren uit Pools-Joodse ouders in Kamenets-Podolski , dat destijds deel uitmaakte van het door Rusland geannexeerde Polen (in het huidige Oekraïne ). Shapira’s vader emigreerde naar het Ottomaanse Palestina zonder Mozes. Later, in 1856, op 25-jarige leeftijd, volgde Moses Shapira zijn vader naar het Heilige Land. Zijn grootvader, die hem vergezelde, stierf onderweg.

Onderweg, terwijl hij in Boekarest was, bekeerde Moses Shapira zich tot het christendom en vroeg hij het Pruisische staatsburgerschap aan, waarbij Wilhelm aan zijn naam werd toegevoegd. Eenmaal in Jeruzalem sloot hij zich aan bij de gemeenschap van protestantse missionarissen en bekeerlingen die elkaar ontmoetten in Christ Church en in 1869 opende hij een winkel in de Street of the Christians, de huidige Christian Quarter Road, nr. 76.[2] Hij verkocht de gebruikelijke religieuze souvenirs waar pelgrims van genoten, evenals oude potten die hij van Arabische boeren kocht. Als patiënt in de Duitse lutherse congregatie van diaconessenzusters, ontmoette Shapira een verpleegster, diakones Rosette Jöckel, die zijn vrouw werd.

Naast het verkopen van souvenirs aan toeristen werd Shapira een vooraanstaande antiquiteitenhandelaar voor Europese verzamelaars, zoals de Britse luitenant Claude Conder, die belangstelling had voor de bijzondere collectie en dan vooral voor enkele vreemde beeldjes, gemaakt van aardwerk. Jona Lendering schreef daarover in maart 2021 nog een sappig artikel. Sommigen van die antiquiteiten bleken echter nep. Zo probeerde hij een nep “kist van Samson” in Londen te verkopen, dat echter onthuld werd door de Hongaarse geleerde Adolf Neubauer nadat hij zich realiseerde, dat hij het grafschrift met de naam “Sampson” verkeerd had gespeld. En na een lucratieve deal waarbij hij 1.700 nepbeeldjes verkocht aan een Berlijns museum, kon Shapira met zijn gezin buiten de oude stadsmuren van Jeruzalem verhuizen naar een elegante villa aan de huidige Rav Kook Street, tegenwoordig bekend als Beit Ticho (Ticho Huis).

De Mesha-stele

In die tijd ontdekte men de zogenaamde Moabitische Steen, ook bekend als de Mesa-Stele,[3] een inscriptie waarin koning Mesha van Moab (rond 840 v.Chr.) vertelde dat hij zijn land onafhankelijk had weten te maken van de overheersing door het koninkrijk Israël.

Shapira raakte daarop geïnteresseerd in Bijbelse artefacten. Hij was getuige van de enorme belangstelling daarvoor en heeft mogelijk een hand gehad in de onderhandelingen namens de Duitse vertegenwoordigers.
Een christelijk-Arabische schilder en reisgids, ene Salim al-Khouri werd toen Shapira’s medewerker en zorgde voor connecties met Arabische ambachtslieden die, samen met Salim zelf, voor Shapira’s winkel grote hoeveelheden nep-Moabitische kunstvoorwerpen produceerden, die hij vervolgens royaal bedekte met inscripties die voornamelijk gebaseerd waren op de tekens die Salim had gekopieerd van de Mesha-stele.

Duitse archeologen kochten voor het Altes Museum in Berlijn in 1873 1700 kunstvoorwerpen voor de prijs van 22.000 daalders. Horatio Herbert Kitchener, een toen nog niet beroemde Britse luitenant[4], kocht acht stukken voor het Palestine Exploration Fund. 

De Franse oriëntalist en archeoloog Charles Simon Clermont-Ganneau (1846-1923) verdacht Salim al-Kari, ondervroeg hem en vond na verloop van tijd de man die hem van klei voorzag, een steenhouwer die voor hem werkte, en andere handlangers. publiceerde zijn bevindingen in de krant Athenaeum in Londen en verklaarde dat alle “Moabitica” vervalsingen waren, een conclusie waarmee zelfs de Duitse geleerden het uiteindelijk eens waren`.

Zestien leren stroken

In 1878 verwierf Moses Wilhelm Shapira een merkwaardig bijbels manuscript dat uit zestien leren stroken bestond, met twee exemplaren van de laatste toespraak van Mozes tot de kinderen van Israël, afgeleverd in de eerste persoon: een zogenaamd oude boekrol geschreven op leren strips, waarvan hij beweerde dat deze in de buurt van de Dode Zee waren gevonden.  Het manuscript, geschreven in het oude Paleo-Hebreeuws (ook wel Fenicisch genoemd, in dezelfde taal als de Mesha-stele uit de 9e eeuw voor Christus), bevatte wat leek op een vorm van het Bijbelboek Deuteronomium, maar met aanzienlijke variaties. Het werd naar verluidt ontdekt door bedoeïenen stamleden rond 1865, ten oosten van de Dode Zee, in een afgelegen grot, hoog boven de Wadi Mujib (bijbelse Arnon). Shapira geloofde dat zijn manuscript zowel oud als authentiek was.

Shapira schreef, in een brief (mei 1883) gericht aan Hermann Strack, dat hij transcripties had gemaakt van de meeste fragmenten van zijn manuscript en stuurde ze op september 1878 aan Professor Konstantin Schlottmann en president van het Deutsche Morgenlandische Gesellschaft in Berlijn. Schlottmann reageerde boos op 7 oktober 1878 “Hoe durf je om deze vervalsing het Oude Testament te noemen en ouder te zijn dan onze onbetwistbare echte Tien Geboden?” De professor leek sommige van zijn opmerkingen meer op theologie te baseren dan op kritische wetenschap. Desalniettemin begon Shapira bij het lezen van Schlottmanns bezwaren afstand te doen van zijn mening, voornamelijk vanwege het algemene punt dat het manuscript in tegenspraak was met de Bijbel. Daarom legde hij het manuscript in een bankkluis waar het bijna vijf jaar zou blijven. Rond de lente van 1883 las Shapira een boek uit 1860 geschreven door Friedrich Bleek, An Introduction to the Old Testament. Bij het lezen van dit werk realiseerde hij zich dat veel vooraanstaande geleerden zich afvroegen of Deuteronomium door Mozes is geschreven of zelfs rond de tijd dat Mozes leefde. Bleeks werk identificeerde voorbeelden uit de canonieke tekst die deze academische opvattingen ondersteunden.

Op basis van het boek van F. Bleek waren de argumenten van Schlottmann niet langer het bewijs dat zijn manuscript een vervalsing was. Professor K. Schlottmann had hem berispt door te zeggen dat het belangrijkste bewijs tegen de authenticiteit van het manuscript was dat het in tegenspraak was met de Bijbel, en benadrukte specifiek het punt dat Shapira’s boekrol Elohim gebruikte in plaats van de goddelijke naam Jehova. Volgens de Duitse bijbelcriticus was het vroegste deel van de Pentateuch een Elohistisch document dat later in de evolutie van de teksten werd bewerkt om de goddelijke naam op te nemen. Shapira realiseerde zich ook iets anders: geen van de teksten die de geleerden gebruikten om het auteurschap van Mozaïek te ontkennen, was aanwezig in zijn manuscript. Bovendien gebruikte zijn manuscript, behalve de openings- en sluitingsregels, de term Elohim in plaats van de vierletterige naam van God.

Als Bleek gelijk had, dacht Shapira, dan vertegenwoordigde zijn manuscript misschien een oudere versie van de tekst, geschreven vóór dit bewerkingsproces. Duidelijk gezegd, Shapira vernam dat de Duitse geleerden tot de conclusie waren gekomen dat de Pentateuch in zijn huidige vorm niet door Mozes of zelfs tijdens zijn tijd was geschreven.

Nu de oude fragmenten voor hem op tafel waren uitgespreid, en de berisping van oktober 1878 heroverwogen, begon Shapira te beseffen dat de hebraïst Franz Delitzsch (1813-1890) en Schlottmann meer dan waarschijnlijk ongelijk hadden in hun negatieve beoordeling van het manuscript. (In die tijd had de oudtestamentische geleerde Franz Delitzsch meteen al geconcludeerd dat het een vervalsing was).

Misschien was zijn rol aanzienlijk ouder dan wat Schlottmann de ‘onbetwistbare echte’ noemde. Fouten in zijn vorige transcriptie waren Shapira nu duidelijk. Hij begon ze te corrigeren in een nieuwe en nauwkeurigere transcriptie. Hij noteerde zorgvuldig variaties tussen zijn manuscript en de canonieke teksten en noteerde voor- en nadelen voor de mogelijke authenticiteit van de rolfragmenten.

Shapira gaf in die brief van 9 mei 1883 aan Strack aan, dat hij bekend was met het idee dat Deuteronomium noch door Mozes, noch tijdens zijn tijd was geschreven. Deze visie is direct of indirect te herleiden tot het werk van De Wette. Met respect voor de inspanningen en vorderingen van eerdere geleerden, is het niet nodig om het Mozaïsche auteurschap helemaal te ontkennen.         

Nichols zegt daar zelf dit over: Hermann Guthe gaf een beschrijving van het manuscript, een verslag van de oorsprong zoals gerapporteerd door Shapira, een transcriptie van de manuscriptstrips (door Guthe & Meyer), commentaar op het karakter van het script, opmerkingen over de tekst en een tabel van het Paleo-Hebreeuwse lettervormen. Hun werk eindigde op vrijdag 6 juli 1883 en op 31 augustus 1883 verscheen het officiële rapport van het onderzoek van een week in druk als Fragmente einer Lederhandschrift enthaltend Mose’s letzte Rede an die Kinder Israel (Leipzig: Druck und Verlag von Brietkopf & Härtel, 1883)Guthe’s observaties moeten worden beschouwd in het licht van wat bekend was bij 19e-eeuwse geleerden. Guthe’s werk kiest duidelijk een kant van het vonnis van vervalsing, maar zoals ik documenteer in mijn boek The Moses Scroll (zie hoofdstuk 5 – The German Scholars) hebben we persoonlijke correspondentie, dat een andere conclusie laat zien! Dit bewijs zal worden uitgebreid in mijn aanstaande boek, voorlopig getiteld The Leipzig Letters, maar het huidige werk is slechts een vertaling van Guthe’s werk.

Om zekerheid te krijgen, besloot hij ondanks het negatieve antwoord van Strack dat het geen zin had ‘zo’n duidelijke vervalsing naar Europa te brengen” toch naar Europa te reizen. Eerst naar Berlijn en eind juni 1883 vervolgens naar zijn vriend Herman Guthe in Hotel Hauffe in Leipzig. Wat zich daar heeft precies afgespeeld, is de afgelopen 138 jaar genegeerd, maar komt nu naar buiten. Ross Nichols begint een klein beetje van dat verhaal te vertellen in hoofdstuk 5 van zijn boek, The Moses Scroll, getiteld “The Germans”. James Tabor heeft daar in juli 2021 een aparte blog over geschreven: een week in Leipzig 138 jaar geleden. Ross Nichols heeft dit jaar nog een Engelse vertaling van Guthe’s boek gepubliceerd: Fragments of a Leather Manuscript Containing Moses’ Last Words to the Children of Israel (Saint Francisville: Horeb Press, 2022)[5]. Dit werk presenteert het gepubliceerde rapport van een onderzoek van een week van zestien leren stroken bestaande uit twee exemplaren van een beweerd oud bijbels manuscript dat toebehoorde aan de beroemde antiquair en boekhandelaar Moses W. Shapira. Zie ook Ross Nichols eigen update van 22 juni 2022: https://themosesscroll.com/one-week-in-leipzig-30-june-6-july-1883/

Op 10 juli 1883 toonde hij het manuscript aan een comité van geleerden o.l.v. de egyptoloog prof. Richard Lepsius hoofd van de van de Koninklijke Bibliotheek. Na anderhalf uur concludeerde het comité dat het manuscript een knappe en onbeschaamde vervalsing was. Bij deze conclusie van de Duitsers moet wel bedacht worden dat zij hun handen al eerder gebrand hadden aan de artefacten waarbij Shapira nauw betrokken was. Hij werd echter niet van deze conclusie op de hoogte gebracht, waardoor hij vol vertrouwen met het manuscript naar Londen reisde.

In zijn opwinding begon hij de stroken zelf te onderzoeken en maakte een transcriptie van wat hij maar kon onderscheiden van leren oppervlakken die de verwoestingen van misschien wel duizenden jaren leken te weerspiegelen. De stroken leken drie onvolledige manuscripten van een versie van Deuteronomium te documenteren, met name de laatste toespraak van Mozes tot de Hebreeën toen ze voor zijn dood in het land Moab verbleven. Het bevatte een reisverslag van de reis van de Hebreeën in de woestijn, een enigszins andere versie van de Tien Geboden en een reeks zegeningen en vervloekingen gebaseerd op de geboden. Een document was bijna compleet, een ander minder compleet en een derde alleen vertegenwoordigd door een fragment.

Een negentiende-eeuwse kopie van een deel van de Shapira-rol. In augustus 1883 presenteerde Shapira de zgn. Shapira Strips vervolgens dus in Londen. De paleo-Hebreeuwse tekst zinspeelde op een andere versie van Deuteronomium , inclusief een verrassend alternatief gebod (“Gij zult uw broer in uw hart niet haten: ik ben God, uw God”). Hij presenteerde 15 van de 16 de strips aan vooraanstaande experts in Europa die de authenticiteit van het manuscript bespraken in de toonaangevende kranten van die tijd. Twee geleerden in Duitsland (Konstantine Schlottman, een Duitse geleerde en vriend, die op zijn beurt advies van Franz Delitzsch vroeg[6]), en één in Engeland produceerden en publiceerden ook onafhankelijk transcripties van het document.

Shapira probeerde ze – naar verluid – voor een miljoen pond aan het British Museum te verkopen en stond hen toe twee van de 15 strips tentoon te stellen. De tentoonstelling werd door duizenden bezocht. Het British Museum was bereid het aanbod in overweging te nemen en benoemde Christian David Ginsburg – eveneens een tot het christelijk geloof bekeerde Jood – om de authenticiteit van de rol vast te stellen. Ginsburg analyseerde de fragmenten van de Shapira-rol bijna drie weken, maar het was Charles Clermont-Ganneau, de beroemde Franse geleerde, die  ook de tentoonstelling had bijgewoond[7], die op 21 augustus 1883 publiekelijk aankondigde dat de rol een vervalsing is. De volgende dag schreef bibliothecaris Ginsburg aan Mr. Bond. de directeur van het British Museum, aan de hand van de letterlijk kortzichtige argumenten van Clermont-Ganneau, dat het manuscript in feite een vervalsing is. Niettemin publiceerde hij een transcriptie  van het document in Atheneaum, een wekelijks tijdschrift, naar zijn zeggen ‘om meer publieke belangstelling voor het document te verkrijgen’. Daarnaast verschenen er deelvertalingen in The Times op 10, 17 en 22 augustus 1883. En tijdens het onderzoek werden er al fragmenten tentoongesteld in het British Museum, dat geïnteresseerd was in de aanschaf daarvan. Later beweerde Clermont-Ganneau dat het leer van de Deuteronomium-rol heel goed mogelijk was gesneden uit de marge van een echte Jemenitische rol die Shapira eerder aan het museum had verkocht.

Op 25 augustus 1883 publiceerde The Athenæum de derde en laatste aflevering van Dr. Ginsburgs transcriptie en vertaling van de manuscriptstroken. Het artikel begon: “Dit is de conclusie van het origineel en de vertaling van de MS. voor zover dat nodig was voor de continuïteit van het verhaal. De rest van de strookjes bevatten ofwel dubbele materie ofwel zijn niet te ontcijferen. Het zal duidelijk zijn dat we hier bijna heel Deuteronomium in verkorte vorm hebben.”[8]

Een Hebreeuwse transcriptie en een vertaling van de nog niet gepubliceerde strips volgden op deze inleiding.

To publicize the discovery of the Shapira Scrolls, this drawing appeared in several publications, including Scientific American on October 27, 1883. It hints at the scrolls’ ancient Hebrew script and reported findspot. Drawing: Public Domain.

Na de afwijzing van de rol door een groot aantal geleerden, maakte het Punch Magazine Shapira belachelijk met een cartoon waarin antisemitische stereotypen werden gebruikt.

Ginsburg en Shapira waren zowel Joden van Poolse afkomst bekeerd tot het christendom en leden van de Anglicaanse Kerk. De eerste was echter ‘een van ons’, en het feit dat hij in staat was geweest… om een vervalsing aan het licht te brengen werd gezien als een symbool van de superioriteit van de Britse studie van bijbelse oudheden. Shapira, verdacht van fraude, kreeg op zijn beurt een stereotype zwarte hoed, een baard en een haakneus.

Shapira vluchtte in wanhoop uit Londen naar Amsterdam, zijn naam verwoest en al zijn hoop verpletterd. Shapira schreef een uitgebreid weerwoord op het gepubliceerde rapport van Ginsburg van 27 augustus vanuit Amsterdam. Op dinsdag 28 augustus schreef hij een lange brief aan Mr. Edward Augustus Bond, hoofdbibliothecaris van het British Museum, waarin hij veel van de punten weerlegde die Ginsburg had aangevoerd als bewijs van vervalsing. Zijn vorige nota aan Ginsburg, evenals deze nota aan Bond, onthulden Shapira’s gemoedstoestand. Ondanks het groeiend aantal meningen tegen de authenticiteit van het manuscript, bleef hij overtuigd. Hij zou zijn best doen om iemand van hetzelfde te overtuigen.[9]

Op de vraag waarom Shapira naar Amsterdam vertrok, zoekt Ross Nichols een antwoord in zijn blog: https://themosesscroll.com/shapira-in-the-netherlands-but-why/. Hij schrijft:

Shapira bleek destijds niet de enige bezoeker van Nederland – verre van! Nederland was gastheer van de International Colonial and Export Exhibition, een soort wereldtentoonstelling, en mensen van over de hele wereld kwamen samen in het Venetië van het Noorden.[2] Tussen de openingsdag van de Expo op 1 mei en eind oktober 1883, toen het evenement eindigde, hadden naar schatting 1,5 miljoen mensen de uitgebreide exposities verkend. En dit was niet de enige belangrijke gebeurtenis die op dat moment in Nederland plaatsvond. In Leiden, slechts vijfendertig kilometer ten zuidoosten van Amsterdam, riep de grootste verzameling oriëntalisten tussen 10 en 15 september het Zesde Internationale Congres van Oriëntalisten bijeen. Het is moeilijk voor te stellen dat Shapira niet bij die bijeenkomsten aanwezig zou zijn geweest. We weten dat enkele van de belangrijkste spelers in de Shapira-affaire aanwezig waren, waaronder professoren Schlottmann, Sayce, Monsieur Clermont-Ganneau, Dr. C. Landberg en anderen.

Deze evenementen zouden voor Shapira de perfecte plek zijn om anderen te vinden die mogelijk geïnteresseerd zijn in zijn lederen strips, experts die hun echte waarde konden inschatten, evenals potentiële kopers. Shapira verliet Amsterdam rond de tijd dat de Internationale Koloniale en Exporttentoonstelling eindigde en verhuisde naar Bloemendaal en uiteindelijk Rotterdam. Wij beschikken over bewijs in de vorm van correspondentie dat Shapira tijdens zijn verblijf in Nederland nog aan de British Library verkocht. Dit past nauwelijks in het verhaal van een depressieve man op de rand van waanzin.

Na enige tijd in een hotel Adler in Bloemendaal (Nederland) te hebben doorgebracht, schoot hij zichzelf zes maanden later op 9 maart 1884 neer in Hotel Willemsbrug te Rotterdam.  Hij werd begraven in het armemannengedeelte, bij het drenkelingenhuisje van de begraafplaats Crooswijk.[10] De website joods erfgoed Rotterdam heeft daar in maart 2016 een uitgebreid artikel over gepubliceerd: https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/willem-schapiro/.

Shapira’s weduwe Anna Magdalena Rosette had tenminste een deel van de rol in 1884, die ze naar Konstantin Schlottmann stuurde. In 1887, drie jaar later, gaf zijn weduwe Rosette, een aantal van zijn documenten aan Hermann Strack, die ze doorgaf aan de Königliche Bibliothek (nu de Staatsbibliothek in Berlijn). Deze documenten omvatten verschillende notitieboekjes die manuscripten catalogiseren en beschrijven uit Jemen en Egypte dat Shapira te koop had aangeboden. Deze waren aan elkaar gebonden in een boekdeel met de titel Shapiras eigenhändiges Verzeichnis der von ihm gesammelten hebraeischen Handschriften.

Laatst gezien

De Shapira Strips verdwenen en kwamen een paar jaar later weer terug op een veiling van Sotheby’s , waar ze werden verkocht voor 10 pond en 5 shelling aan Bernard Quaritch. Hij exposeerde ze op de Anglo-Joodse Historische Tentoonstelling in de Albert Hall in 1887, waar de prijs 25 pond was.

In tegenstelling tot wat men de afgelopen vijfenveertig jaar geloofde, was de Shapira-rol niet vernietigd in een brand die uitbrak in het huis van Sir Charles Nicholson, in de buurt van Londen. Wij weten nu dat het Dr. Philip Brookes Mason uit Burton-on-Trent, een arts, een fervent natuuronderzoeker en verzamelaar uit Staffordshire was, die de Shapira-rol in de “hele” rol tentoonstelde tijdens een openbare lezing in Burton-on-Trent op 8 maart 1889 en deze waarschijnlijk tot zijn dood in 1993 hield.[11] Er zijn aanwijzingen dat zijn vrouw na zijn dood zijn levenscollectie op een veiling heeft verkocht. Goed speurwerk zou kunnen leiden tot de herontdekking van de Shapira-rol, waarvan de huidige verblijfplaats onbekend is.

Heroverweging

In het licht van de ontdekking van de Dode Zee-rollen in 1947 hebben talrijke geleerden opgeroepen tot een nieuw onderzoek van de beschuldigingen van vervalsing. Zij doet ons de vraag stellen: hadden de critici het bij het verkeerde eind?

Eind jaren vijftig, pleitten Menachem Mansoor (1911-2001), een gerespecteerde geleerde aan de Universiteit van Wisconsin en anderen zoals John Allegro daarom voor nieuwe studie van de tekeningen en transcripties die van de teksten zijn gemaakt.

De bewering van Mansoor was bescheiden. Hij beweerde niet dat Shapira’s Deuteronomium-manuscript absoluut echt was. Hij suggereerde alleen dat het opnieuw moest worden bekeken met het oog op de recente ontdekking van de Dode Zeerollen, waarmee het enige overeenkomsten vertoonde. En de fragmenten, suggereerde hij verleidelijk, zouden eigenlijk ergens in de gewelven van het British Museum kunnen wegkwijnen.

Voor de journalist Chanan Tigay en anderen waren de overeenkomsten tussen Shapira’s manuscript en de Dode Zeerollen onmiskenbaar. “Bedenk nu dat Shapira’s Deuteronomium in een grot zou zijn ontdekt, net als de Dode Zeerollen. Shapira’s manuscript stond vol met afwijkingen van de traditionele bijbelse tekst, net als de Dode Zeerollen. Shapira’s strips werden gevonden door bedoeïenen die door de woestijn bij de Dode Zee dwaalden, net als de Dode Zeerollen. Shapira’s manuscript was een kopie van Deuteronomium. Van de Dode Zeerollen was Deuteronomium het op één na meest talrijke boek na de Psalmen.”

En nu in 2021 heropent The Moses Scroll van Ross Nichols de meest controversiële zaak in de geschiedenis van de Bijbelwetenschap: https://themosesscroll.com/a-new-call-for-a-reassessment-of-shapiras-manuscript/

Het documenteert de details van de hele saga op basis van wat we vandaag weten, waaronder:

  • Een chronologische vertelling van het fascinerende verhaal op basis van 19e-eeuwse rapporten;
  • Een beoordeling van de echtheid van Shapira’s boekrol;
  • Een nieuwe transcriptie van het manuscript gezien door de ogen van de beste hebraïsten van de 19e eeuw;
  • En de eigen vertaling van de auteur van de originele zestien leren stroken met commentaar en aantekeningen.

Idan Dershowitz

Dit wordt bevestigd door het onderzoek van Idan Dershowitz, hoogleraar Hebreeuwse Bijbel aan de Universiteit van Potsdam, beschreven in zijn boek: The Valediction of Moses A Proto-Biblical Book, dat ook de authenticiteit van de Mozesrol aangetoond, zoals beschreven in de New York Times op 10 maart 2021 in een artikel met de titel: “Is a Long-Dismissed Forgery Actually the Oldest Known Biblical Manuscript?

Het boek alleen al is sinds die tijd veelvuldig bekeken, enorm gestimuleerd door eveneens een weelderig hoofdartikel in de New York Times, “A Biblical Mystery and a Reporting Odyssey“, ook op 10 maart, dat de hele Shapira Scroll-affaire weer op de kaart zette.

Zowel zijn boek als een academisch tijdschriftartikel, “The Valediction of Moses: New Evidence on the Shapira Deuteronomy Fragments“, waarin zijn proefschrift wordt samengevat, kunnen gratis worden gedownload.

In deze studie concludeert Dershowitz dat “de tekst in Shapira’s fragmenten ofwel een directe voorouder is van het bijbelboek Deuteronomium of een naaste verwant van zo’n voorouder … [het] behoudt een eerdere en dramatisch andere literaire structuur voor de hele werk — een die de deuteronomische wetcode totaal ontbeerde.” Kortom, volgens Dershowitz en anderen die een soortgelijke mening hebben, weerspiegelen Shapira’s rollen hoe geleerden hebben gesuggereerd dat het oorspronkelijke ‘schrift van Mozes’ eruit zou hebben gezien op basis van bron kritische analyse – een analyse die niet beschikbaar was in de tijd van Shapira.

Het is beschikbaar als een gratis toegankelijke PDF van Idan’s Academia-pagina. De beschrijving van het werk zegt: “Mozes Wilhelm Shapira’s beruchte Deuteronomium-fragmenten – waarvan lang werd aangenomen dat het vervalsingen waren – zijn authentieke oude manuscripten en ze zijn van veel grotere betekenis dan ooit gedacht. Het literaire werk dat deze manuscripten bewaren – dat Idan Dershowitz “The Valediction of Moses” of “V” noemt – is niet gebaseerd op het boek Deuteronomium. Integendeel, V is een veel eerdere versie van Deuteronomium. Met andere woorden, V is een proto-bijbels boek, zoals nog nooit eerder is gezien.

Zij is een tekst zonder de wetten van Deuteronomium 12–26, met fragmenten uit de hoofdstukken 1-4; hoofdstuk 5 bevat een volledige versie van de Tien Woorden in de eerste persoon, en een elfde gebod: “Gij zult uw broeder niet haten in uw hart, ik ben Elohim uw God;” verdere kleine stukjes uit de hoofdstukken 6-11; en een andere versie van hoofdstuk 27, eindigend met een paar verzen uit hoofdstuk 28 en 30.

Deze conclusie wordt ondersteund door een reeks filologische analyses, evenals voorheen onbekende archiefdocumenten, die de consensus over deze manuscripten ondermijnen. Een excurse van mede-auteur Na’ama Pat-El, beoordeelt het taalprofiel van V en vindt dat het consistent is met epigrafisch Hebreeuws uit de ijzertijd.
V bevat vroege versies van passages waarvan de Bijbelse tegenhangers een substantiële post-priesterlijke actualisering weerspiegelen. Bovendien vertoont dit oude werk, in tegenstelling tot de canonieke verhalen van Deuteronomium, geen tekenen van invloed van het Deuteronomische wetboek. Inderdaad, V behoudt een eerdere, en dramatisch andere, literaire structuur voor het hele werk – een structuur die de Deuteronomische wetcode helemaal mist. Deze bevindingen hebben belangrijke gevolgen voor de samenstellingsgeschiedenis van de Bijbel, de historische taalkunde, de geschiedenis van religie, paleografie, archeologie en meer. Het volume bevat een volledige kritische editie en een Engelse vertaling van V.”[12]

De ironie is dat noch Nichols noch Dershowitz wisten dat de ander aan het Shapira-materiaal werkte – en aangezien beide informatie met elkaar hebben gedeeld, wat ons allemaal ten goede komt. Ze waren allebei totaal verrast toen hun boeken tegelijk uitkwamen – in februari en maart van 2021!

Idan Dershowitz and James Tabor published an article in the current issue of Biblical Archeology Review, supporting the case for authenticity, see: https://www.baslibrary.org/biblical-archaeology-review/47/4/6 and The Shapira Scrolls–Authentic or Forged?

Videopresentaties

Yoram Sabo gelooft dat de leren strips echt waren, aangezien de Dode Zeerollen later in de buurt werden gevonden, en doet er alles aan om dit te bewijzen. Zijn documentaire is een verhaal van vervalsing en ontdekking dat jaren en locaties omspant.
Op Academia.edu heeft hij ook een paper geplaatst met een samenvatting: https://www.academia.edu/4556647/Between_Apostate_and_Forger_Moses_Wilhelm_Shapira_and_The_Moabite_Pottery

In deze blog van Ross Nicholls kun je lezen hoe Yoram Sabo een verslag ontdekte van Shapira’s terugkeer naar het land van zijn vaders. Een van de weinige feiten met betrekking tot het leven van Moses Shapira vóór zijn aankomst in Jeruzalem kunnen worden afgeleid uit een klein document (met een aanbevelingsbrief van bisschop Gobat) dat Shapira aan de Pruisische consul in Jeruzalem schreef om de bescherming van het consulaat te ontvangen.

Zijn verzoek luidde: “Ik ben geboren in 1830 in Kamenetz-Podolsk. Ik heb daar tijdens mijn jeugd gestudeerd en op 25-jarige leeftijd sloot ik me aan bij mijn grootvader die naar Palestina emigreerde. Vanwege de politieke situatie, die het bijna onmogelijk maakte voor Joden met mijn status om te emigreren, moest ik afstand doen van mijn paspoort en toen we de grens overstaken, verspeelden we alle rechten op Russische bescherming. We bleven ongeveer vijf maanden in Boekarest. Mijn banden met de missionarissen daar overtuigden me van de waarheid van het evangelie, en door de heilige doop te ondergaan, werd ik toegelaten tot de christelijke gemeenschap. Een tijdje later vervolgden we onze reis en meer dan drie jaar geleden bereikte ik Jeruzalem, waar ik lid ben van de gemeenschap van anglicaanse bekeerlingen.

Omdat ik nu, zonder enige bescherming, ben, is mijn verzoek dat ik word toegelaten tot de bescherming van het Pruisische consulaat en een paspoort krijg dat getuigt van mijn beschermde status. W. Shapira”

The story of Moses Shapira and his scrolls by i24 News TV with Tour Guide Shelly Eshkoil, David Pileggi, rector of Christ Church in Old Jerusalem and historian dr. David Shapira.

Things That Blew My Mind About The Moses Scroll – Jono Vandor


Chanan Tigay: The Lost Book of Moses
https://www.youtube.com/watch?v=oEYRIeXsjnQ&t=151s

James Tabor gaf zelf een presentatie in Charlotte op 16 October 2021 met de titel: Was the Oldest and Most Significant Dead Sea Scroll Mistakenly Declared a Forgery in 1883? en opnieuw in november 2022 aan het Flint Institute of Arts,: The Search for the Lost Shapira Scroll– Was it Genuine or a Forgery?

Diapresentatie van David Tyler, vice-president van de United Israel World Union: On the Trail of the Shapira Scroll op 30 april 2022, waarin hij enkele basisfeiten geeft met betrekking tot de Shapira Manuscript-strips en de voortdurende zoektocht naar de ongrijpbare MSS: https://youtu.be/Gq1ZMl6Oa8s

Een geschiedenis aan commentaren

Myriam HarryThe little daughter of Jerusalem. Onder pseudoniem geschreven door de dochter van Moses W. Shapira, Maria Rosette Shapira en vertaald in 1919 vanuit een Frans origineel: La Conquête de Jérusalem. Calmann Lévy, Paris, 1903.
Onder het pseudoniem Myriam Harry schreef Maria Shapira Perrault een reeks biografische romans, waaronder fictieve verhalen over haar opvoeding in Jeruzalem. Hierin verschijnt ze als Siona – de vrouwelijke vorm van Sion, ‘Jeruzalem’. De bekendste van deze romans, The Little Daughter of Jerusalem, gaat over de Deuteronomium-affaire. Het is drie decennia na de gebeurtenissen die het beschrijft geschreven door Shapira’s dochter, die toen een tiener was. Myriam Harry’s Shapira (“William T. Benedictus”) is geen onberispelijk persoon. Hij bedriegt zijn vrouw en laat zijn gezin voor lange tijd in de steek – precies het soort dingen waar een kind zich aan kan ergeren. Maar Benedictus houdt ook van zijn dochter, plant voor haar geluk (hij droomt ervan het manuscript van Deuteronomium met grote winst te verkopen, niet om zichzelf maar zijn twee meisjes te verrijken). Harry laat hem voortdurend zwoegen bij het overschrijven – niet vervalsen – van Deuteronomium. En ze laat zien dat hij onder druk wordt gezet om meer winst te maken door een kennis, een professor Hartwig uit Berlijn, die een groot belangenconflict heeft bij het echt verklaren van het manuscript: Benedictus is van plan een deel van de winst te gebruiken als bruidsschat voor het huwelijk van zijn dochter aan Hartwigs zoon. Ten slotte zien we Benedictus krankzinnig worden nadat de schurk, Merle-Vanneau (de fictieve naam van Clermont-Ganneau is een bijzonder dunne sluier), de strips veroordeelt als een vervalsing, zijn verstand verliest en maanden door Europa dwaalt totdat hij zelfmoord pleegt.[13]

John Marco Allegro: The Shapira Affair. Doubleday, Garden City NY 1965.
“In de late jaren 1880 arriveerde Shapira in Engeland met verschillende stroken perkament, bewerend dat ze gevonden waren in het gebied van de Dode Zee en deel uitmaakten van een vroege versie van Deuteronomium.” Voor een kort uittreksel, zie https://www.baslibrary.org/biblical-archaeology-review/5/4/1.Uiteindelijk moest hij om deze en andere extravagante ideeën zijn universitaire carrière opgeven.[14]

In 1997 Biblical Archaeology Review ran an article by Fred Reiner that laid out the details of the Shapira story under the heading “A Bible Scandal Revisited.”: https://www.baslibrary.org/biblical-archaeology-review/23/3/2

In 2002 Hershel Shanks rehearsed the story again in Archaeology Odyssey[15] under the provocatively simple title “Fakes!”.

Shapira’s life is the subject of the novel Ke-heres Ha-nishbar (As a Broken Vessel – Keter, Jerusalem, 1984) by Shulamit Lapid, vertaald in het Duits als Er begab sich in die Hand des Herrn. Roman. Goldmann, München 1997. De archeologe Shapira uit Jeruzalem biedt een onschatbare vondst te koop aan: de legendarische rollen die de Tien Geboden optekenden. Maar Clermont-Ganneau, Shapira’s rivaal van vroeger, lijkt het geheim van deze documenten te kennen. Eindelijk wordt in een hotelkamer in Rotterdam een ​​dodelijk besluit genomen.[16]

The Lost Book of Moses: The Hunt for the World’s Oldest Bible, gepubliceerd in 2016 door de journalist Chanan Tigay, waarin hij zijn eigen zoektocht[17] en die van de Israëlische auteur en onderzoeker Yoram Sabo beschrijft, maar zonder succes.

Toen Tigay enkele jaren geleden op een avond tijdens een diner vertelde dat hij een artikel aan het schrijven was over een vermeende ontdekking van de ark van Noach, vertelde zijn vader, een rabbijn en bijbelgeleerde wiens expertise de studie van Deuteronomium is, hem het verhaal van Moses Wilhelm Shapira, een antiquiteitenhandelaar uit Jeruzalem die aan het eind van de 19e eeuw wat volgens hem een belangrijk bijbels artefact had gevonden.

Tigay was verkocht. In een interview uit 2016, zei hij dat zijn obsessie voor Shapira groeide totdat hij “uiteindelijk verliefd werd op de man … vrouw vooral.”

Zijn reizen brachten hem naar Israël, Duitsland, Frankrijk en Nederland, naar ‘verborgen opslagruimten in het Louvre’, ‘muffe Engelse zolders’ en naar een ondergelopen kloof in Jordanië waar de rollen zogenaamd zijn gevonden. Maar na jaren van zoeken en met een naderende boekdeadline, was hij aan het fladderen. Toen kwam er een cryptische e-mail van een vreemdeling in Sydney, die beweerde de naam te kennen van de persoon die in het bezit kwam van Shapira’s manuscript nadat men dacht dat ze verdwenen waren. Het briefje leidde Tigay op een andere reis halverwege de wereld.[18]

Chanan Tigay gelooft dat hij de Jemenitische rol heeft getraceerd waaruit de strips zijn gesneden. Niettemin Tigay sloot zich uiteindelijk aan bij de consensus en eindigt zijn boek met de bewering dat de ‘Deuteronomium-strips’, zoals ze werden genoemd, inderdaad vervalsingen waren – waarschijnlijk door Shapira zelf. De expert vond “veranderingen, weglatingen en toevoegingen aan de traditionele teksten”, en radicale wijzigingen “aan de Tien Geboden”, zei Tigay, die “was veranderd, verplaatst en toegevoegd”.

The Shapira Scroll Was an Authentic Dead Sea Scroll Palestine Exploration Quarterly 149, no. 1 (2017): 6–27.

Did Moses write Genesis-Deuteronomy?

Het korte antwoord is dat Mozes Genesis-Deuteronomium niet volledig heeft geschreven, de boeken die gezamenlijk bekend staan als de Pentateuch.

De toeschrijving van de volledige Pentateuch aan Mozes was waarschijnlijk te wijten aan de invloed van het Hellenisme, waarvoor geen groot werk anoniem kon zijn. Grote werken en grote namen gaan samen.

Toen de toeschrijving aan Mozes eenmaal als feit werd aanvaard, was het pas in de twaalfde eeuw dat iemand bereid was dit aan te vechten. Toen wees Abraham Ibn Ezra, een vooraanstaand joods bijbelcommentator en filosoof, op redenen waarom het onwaarschijnlijk was dat de Mozaïsche toeschrijving waar zou zijn.

Er zijn aanwijzingen verspreid over de Pentateuch dat het niet volledig door Mozes is geschreven, noch tijdens de periode waarin hij zogenaamd leefde. Dat blijkt eenvoudig al uit het feit hoe vaak over Mozes wordt gesproken in de derde persoon enkelvoud.

Het duidelijkste voorbeeld hiervan staat in et slot van Deuteronomium 34:10-12, dat ons vertelt dat het boek werd geschreven lang nadat de natie Israël was gesticht.

En er is in Israël geen profeet meer opgestaan zoals Mozes, die de HEERE kende van aangezicht tot aangezicht, met al de tekenen en wonderen waarmee de HEERE hem gezonden had om die in het land Egypte te doen bij de farao, bij al zijn dienaren en bij heel zijn land; en met heel de sterke hand en met alle grote ontzagwekkende daden, die Mozes voor de ogen van heel Israël verrichtte.

Deuteronomium is anders

Saturday Morning Scripture Studies. Deuteronomy is Different, by Ross K. Nichols:
https://www.youtube.com/watch?v=5exZlv3nlek

In deze inleidende les blijkt Deuteronomium anders te zijn dan andere boeken in de Pentateuch. Het wordt vaak gepresenteerd als een herhaling van materiaal dat al bekend is en gerapporteerd is in andere boeken “van Mozes”, maar bij nadere beschouwing blijkt dat dit NIET het geval is. Deuteronomium gebruikt unieke taal en uitdrukkingen, rapporteert gebeurtenissen met andere details dan de andere boeken, en vertelt soms verhalen in de eerste persoon. Wie heeft dit boek geschreven? Wanneer was het geschreven? Hoe anders is Deuteronomium? Deze les is de eerste van een nieuwe serie van Nicholls genaamd Dit zijn de woorden van Mozes, die deel uitmaakt van een grotere serie De Pentateuch: een nieuwe look.

Opvallend is o.a. dat in Deuteronomium geen sprake is van de ark. Er wordt wel uitgebreid over de vervloekingen gesproken, maar niet over de zegeningen.
Dat het idee om verspieders te sturen, afkomstig is van Mozes en het volk zelf i.p.v. God.
Een andere reden waarom Mozes het beloofde land in gaat.
De tien woorden een andere inleiding heeft (reden van het sabbatsgebod) dan die in Exodus,
inclusief de toevoeging van een nieuwe regel aan de Tien Geboden : “Gij zult uw broeder niet in uw hart haten: ik ben God, uw god.” [a] De tekst mist ook alle wetten, behalve de tien geboden, die het consequent weergeeft [b] in de eerste persoon, vanuit het standpunt van Elohim zelf.

Het interessante aan de Mozes boekrol nu is, dat het ons in staat stelt een scherper beeld te krijgen wat oorspronkelijk aan het ‘boek Deuteronomium’ ten grondslag lag: de woorden van Mozes zelf en de latere toevoegingen én hoe de componist het in een unieke vorm van een destijds in omloop zijnde verbondsstructuur heeft gegoten.

Het is fascinerend dat het manuscript van Shapira niet alleen “alle punten mist waartegen bezwaar is gemaakt” door geleerden die vasthouden aan bronkritiek, maar dat het ook zoveel bevat van wat de Pentateuch aangeeft dat Mozes zelf schreef! Dee boekrol van Mozes bevat een soort reisroute, geboden en wetten, zegeningen en vloeken. Van alles wat de Pentateuch zegt, dat Mozes zelf schreef, is het enige dat ontbreekt in het Shapira-manuscript een herinnering om de naam van Amalek uit te wissen (Exodus 17:14-16). In onze canonieke tekst wordt dit gebod vervuld in Deuteronomium 25:17-19. Gezien de fragmentarische aard van sommige delen van het manuscript, ligt het niet buiten het bereik van de mogelijkheid, dat deze twee verzen oorspronkelijk deel uitmaakten van het document. Deze woorden over Amalek maken momenteel deel uit van een sectie die bij geleerden bekend staat als het wetboek van Deuteronomium (hoofdstukken 12-26), waarvan geen enkele voorkomt in het document van Shapira. Dit wetboek bevat ook ongeveer 100 wetten die niet zijn opgenomen in de andere boeken van de Pentateuch. Het is opmerkelijk dat als men het laatste vers in Deuteronomium 11 leest en dan verder springt naar het eerste vers van hoofdstuk 27, er geen duidelijke breuk in het verhaal is. Dit suggereert dat het wetboek mogelijk later is ingevoegd, tijdens de uiteindelijke samenstelling van de Pentateuch. Geleerden hebben opgemerkt dat dit gedeelte de nadruk legt op een centralisatie van de cultus die blijkbaar onbekend was vanaf de tijd van de patriarchen tot ver in de bijbelse periode. De eerder in onze studie genoemde Thora van de koning staat ook in deze sectie. Ook deze passage schijnt onbekend te zijn geweest; het bijbelse verhaal beschrijft het verzoek in Samuëls tijd als een verrassing, zelfs voor Samuël.

Zegeningen en vervloekingen

Een ander deel van het manuscript van Shapira verdient speciale aandacht. Het bevat zegeningen en vervloekingen die zouden worden afgekondigd op de bergen Gerizim en Ebal toen Israël het beloofde land binnenging. Dit is des te interessanter omdat het overeenkomstige verslag in het canonieke Deuteronomium de zegeningen helemaal mist. Deuteronomium 27:12 zegt: “deze zullen op de berg Gerizim staan om de mensen te zegenen… En deze zullen op de berg Ebal staan voor de vloek.” Het verhaal van ons canonieke Deuteronomium vermeldt echter alleen de vervloekingen (Deut 27:15-26). In Shapira’s Thora hebben we zowel zegeningen als vloeken, en nog interessanter is het feit dat elke zegening en elke vloek overeenkomt met een van de geboden in het verbond van tien woorden. Het Shapira-manuscript presenteert Mozes’ persoonlijke verslag van de Israëlitische reis van Egypte naar de Transjordaanse vlakten van Moab. Het verslag lijkt op onze canonieke versie. Volgens het manuscript is Israël een uitverkoren volk wiens vaders Egypte binnentrekken als zeventig zielen, en daar uitgroeien tot een grote en machtige natie. Ze worden verlost van Farao, en tekenen en wonderen vergezellen hen naar Horeb, waar ze in een angstaanjagende vertoning de stem van Elohim horen die Zijn verbond van tien woorden aan hen verkondigt vanuit het midden van vuur. Elohim schrijft het verbond van tien woorden op twee stenen tafelen, die Mozes verbrijzelt als hij getuige is van het volk dat een gegoten kalf aanbidt. Mozes maakt nieuwe tabletten “zoals de eerste”, en Elohim schrijft het verbond ook op deze set. Mozes plaatst de tabletten in een ark die hij voor hen heeft gemaakt. De kinderen van Israël blijven ongeveer een jaar op de Horeb en reizen dan naar Kades-Barnea, waar ze ook voor een langere periode verblijven. Het manuscript beschrijft de mensen als halsstarrig en vertelt over hun opstandige episodes in Massah, Kibroth-Hattaavah en Kadesh-Barnea. Als gevolg van hun rebellie en weigering om het beloofde land binnen te gaan, wordt het bezit van dat goede land uitgesteld en uiteindelijk ontzegd aan een hele generatie, behalve Jozua, Kaleb en de “kleintjes”. Nadat de rebellen sterven, vervolgt het volk de reis, reizend vanaf Kades-Barnea oostwaarts door de grote en angstaanjagende wildernis. Onderweg passeren ze de grenzen van Esau, Moab en Ammon en verslaan ze de Amoritische koning Sihon en Og, de koning van Basan. In Beth-Peor maakt het volk van Israël Elohim boos als ze hoereren met de vrouwen van Moab en Midian, meedoen aan hun offers en buigen voor hun goden. Hun ongeoorloofde gedrag brengt een plaag met zich mee die pas na een felle strijd tot staan wordt gebracht. Mozes verklaart dat Elohim Zijn gezworen eed zal vervullen om het goede land aan Israël te geven, niet vanwege hun gerechtigheid maar vanwege Zijn liefde voor hun vaderen. Mozes instrueert het volk verder en belooft zegeningen voor gehoorzaamheid en vloeken voor ongehoorzaamheid. Hij vertelt de Israëlieten dat wanneer Elohim hen naar het land brengt, ze de zegeningen en vervloekingen van de berg Gerizim en de berg Ebal moeten reciteren. Het manuscript somt zowel de zegeningen als de vloeken op. In de laatste woorden van Mozes aan Israël zegt hij dat Elohim hem heeft meegedeeld dat hij de rivier de Jordaan niet zal oversteken. Jozua zal hem opvolgen en de natie naar het goede land leiden. Met een laatste aansporing om sterk en moedig te zijn en een belofte dat Elohim hen zal voorgaan, eindigt het manuscript.

De details van de ontdekking van het manuscript vertonen een griezelige gelijkenis met de rapporten van wat later werd beschouwd als ‘de grootste manuscriptontdekking van de moderne tijd’. De fysieke kenmerken van het manuscript van Shapira lijken op die van andere rollen die in de grotten van de woestijn van Judea zijn ontdekt. Shapira’s perkamentrol mist wat de kritische wetenschap identificeerde als latere interpolaties en bevat materiële overeenstemming met wat de Bijbel zegt dat Mozes schreef.

Alles bij elkaar genomen, maakt al dit bewijs Shapira’s manuscript een veelbelovende kandidaat voor een tekst die lijkt op de boekrol die Mozes schreef. Volgens de Bijbel werd in de dagen van Josia de Thora, geschreven door Mozes, ontdekt in de tempel. Er wordt ons niet verteld wat er met deze kostbare boekrol is gebeurd nadat deze was ontdekt, maar we weten dat de tempel waar deze vermoedelijk werd bewaard minder dan veertig jaar later werd verwoest. Eén verslag [Makkabeeën] meldt dat toen Judeeërs in ballingschap werden gevoerd, Jeremia de Thora aan sommigen van hen toevertrouwde en vervolgens een groep naar het oosten van de Jordaan leidde, waar ze enkele van de heiligste voorwerpen in een grot verborgen. Of dit rapport de historische realiteit weergeeft, kan alleen maar gespeculeerd worden, maar het behoort tot de mogelijkheden.
In een advies van Georg Ebers aan Eduard Meyer in een brief uit 1883 zei hij tegen zijn protegé: “Het is geen kunst om verdachte dingen verkeerd te verklaren, maar er is moed en zekere kennis voor nodig om publiekelijk te verklaren dat wat besmet is met de geur van de nep nog steeds echt is. Veel succes!‘ Wat Ross Nicholls betreft, is hij gaan geloven dat Mozes Wilhelm Shapira een authentieke oude Thorarol aan de wereld presenteerde, en dat de wereld zijn schat verwierp en hem ten onrechte een vervalser noemde. Mocht jij ook zo over dit het bewijs denken, dan nodigt hij je uit, dat wat in zijn boek wordt gepresenteerd, Shapira in uw gedachten rte echtvaardigen, en samen met hem te helpen eer en zegen in zijn naam en zijn nagedachtenis te herstellen. Mogen ze voortaan altijd tot zegen zijn.

Bron: Nichols, Ross. De Mozesrol. Horeb Pers. Kindle-editie.

@Bob van Dijk, december 2022.


[1] De verborgen geschiedenis van Jezus en het ontstaan van het Christendom. Uitgever: Spectrum; Auteur: James D. Tabor; oktober 2006.

[2] https://www.timesofisrael.com/in-the-footsteps-of-a-master-forger/

[3] Ontdekt in augustus 1868 door Frederick Augustus Klein, een in Pruisen geboren Anglicaanse predikant en lid van de Church Missionary Society in Jeruzalem, die toen een reis maakte ten oosten van de Jordaan. Dank zij de Sheik Zattam, de zoon van Fendi-l-Fäiz, the notorious sheik of the Beni Sakhr tribe.

[4] In 1884 maakte hij deel uit van de expeditie die vanuit Egypte de Britse generaal Charles George Gordon uit de omsingeling van Khartoem diende te redden. Kitchener was daarna een tijd lang gouverneur-generaal van Soedan tot hij in 1892 bevorderd werd tot hoogste chef van het (Britse) Egyptische leger. In 1898 wist hij, na een drie jaar durende campagne, Soedan te heroveren, waarbij hij zijn belangrijkste faam verwierf.

[5] Een vertaling van Hermann Guthe’s, Fragmente einer Lederhandscrift enthaltend Mose’s letzte Rede an die Kinder Israel (Leipzig: Druck und Verlag von Brietkopf & Härtel, 1883)

[6] Na onderzoek verwierpen beiden de transcriptie ten stelligste omdat ze aangaven dat de oude documenten een vervalsing moesten zijn – de transcriptie, zo beweerden ze, week te radicaal af van de traditionele tekst van de Bijbel en wat de geleerden algemeen aanvaardden, was consistent met de authentieke geschriften.

[7] Shapira had hem eerder de toegang tot de andere 13 strips zelf ontzegd.

[8] https://themosesscroll.com/the-athenaeum-the-three-installments-by-dr-ginsburg-25-august-1883/

[9] https://themosesscroll.com/28-august-1883-an-academic-attack-and-shapiras-response/

[10] https://popular-archaeology.com/article/the-moses-scroll-fake-or-real/
https://mainzerbeobachter.com/2021/04/01/de-archiefstukken-over-moses-shapira/

[11] https://jamestabor.com/moses-shapira-and-his-dead-sea-scroll-last-seen-march-8-1889/

[12] https://scholar.harvard.edu/dershowitz/publications/valediction-moses-proto-biblical-book

[13] https://www.ancientjewreview.com/read/2021/8/31/the-myth-of-moses-shapira

[14] cf. Judith Anne Brown, John Marco Allegro: The Maverick of the Dead Sea Scrolls, Grand Rapids 2005.

[15] Archaeology Odyssey 5:5, September/October 2002.

[16] https://www.lovelybooks.de/autor/Shulamit-Lapid/Er-begab-sich-in-die-Hand-des-Herrn-144874240-w/

[17] https://forward.com/culture/338450/chanan-tigays-mad-search-for-the-worlds-oldest-bible/

[18] https://news.harvard.edu/gazette/story/2019/12/radcliffe-scholar-seeks-the-oldest-bible-in-the-world/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.